Toscane
Door Isaac,
Toscaans geduld
"Zitten we hier wel goed?" Vraag ik mijn vriendin aarzelend. Het is juli 2001 en we hebben een budget-accommodatie geboekt, maar op het eerste gezicht lijkt Montecatini Terme allesbehalve budget. Het plein is afgezet voor een openluchtdiner inclusief catwalk met modellen in flitsende designkleding. Gasten in galakleding proosten met elkaar aan met linnen gedekte tafels. Onze rammelende, gehuurde Fiat Punto steekt bleek af tegen de vele dure bolides.
Eerste kennismaking met de streek
We bezoeken deze vakantie voor de zekerheid de bescheidener ogende adressen voor lunch en diner. De Fiat brengt ons op oogstrelende plekjes in de Toscaanse heuvels. We vermaken ons prima. De creditcard voor noodgevallen brandt wel een beetje in onze zak. "Zullen we één keer uit eten bij een chic restaurant? Betalen we met de kaart." Mijn vriendin stemt in.
We reserveren bij het drukste restaurant met de meeste Ferrari's en Lamborghini's voor de deur. Binnen hangt een gemoedelijke sfeer. De vriendelijke ober wijst ons een tafel en brengt de menukaart. Wij verwachten torenhoge prijzen, maar het eten blijkt zeer betaalbaar. Dit is gewoon het beste restaurant, niet het exclusiefste. Toch een beetje teleurgesteld dat we geen fortuin gaan uitgeven, stel ik voor om een dure fles wijn te bestellen: Brunello di Montalcino.
Onze keuze verrast de ober. Blijkbaar ogen wij niet als Brunello-publiek. Hij kijkt ook een beetje bezorgd. "Usually I open this wine 1 hours before dinner." Maar hij weet wel een oplossing. Gewapend met twee karaffen, grote wijnglazen en de fles Brunello komt hij terug. Er volgen minstens tien minuten van voorzichtig overschenken, walsen, ruiken, terugschenken, nippen, opnieuw uitschenken, nog meer walsen en ruiken. Langzaam verschijnt de glimlach weer op zijn gezicht en hij overhandigt me een glas: "Smell this."
Met tijd komt kwaliteit
Kersen en bosvruchten, nieuw leer, zwarte thee en een magische melange van specerijen en kruiden, gedragen door een verleidelijke houttoon. Het mondgevoel zacht en krachtig tegelijk. Intens strelend op de tong met een eindeloze afdronk. Waarom is dit zó lekker? Ik weet het zeker: ik moet alles leren over wijn.
Sommige Toscaanse wijnen leren je geduldig te zijn. Mijn vriendin en ik moesten wachten op de ober die de wijn oneindig lang leek te walsen. Hij wist dat de wijn tijd nodig had om zich volledig te laten zien. Brunello's, Chianti's, Vino Nobile's; het duurt tot jaren na de oogst voor we ze kunnen drinken. Rijping op vat en fles. Is daar nog wel tijd voor tegenwoordig?
De bruine en de rode
De Brunello di Montalcino van Castello Romitorio moet bij wet 24 maanden rijpen na de oogst, deels op hout. Daarna nog 3 maanden op fles voor hij op de markt komt. En het liefst dus een paar uur voor je hem drinkt uitschenken in een karaf. Dan heb je wel wat: diepe, gelaagde aroma's van donker fruit en kruiden, viooltjes en leer.
Wil je deze stijl, maar toegankelijker? De Rosso di Montalcino is de jongere broer van Brunello. Meer op het fruit, iets lichtvoetiger. Rosso's rijpen 'slechts' één jaar na de oogst, deels op hout. De Rosso van Agostina Pieri is precies dat: sappig rood fruit, verse kruiden en een subtielere houttoon.
Nobile of Classico
De twee andere grote wijnen uit de streek van de Sangiovese-druif zijn Chianti en Vino Nobile de Montepulciano. De laatste ken je misschien van Salcheto, waar we hier al eens over schreven. De nobele wijn is de meest elegante vertolking van Sangiovese. Mede door de natuurlijke werkwijze bij Salcheto. Toch is ook voor deze subtiele Vino Nobile 18 maanden geduld vereist. Pas dan mogen we genieten van zijn fraaie rode fruit, milde kruiden en vleugje eikenhout.
Chianti blijft de bekendste Toscaanse wijn. En de Chianti Classico van het befaamde huis Isole e Olena hoort bij de top. Parels als deze Classico zijn schaars in de zee van Chianti's. Enorm complexe aroma's en een perfecte balans tussen verfijning en concentratie. Klassieke Sangiovese met kersen en kruiden, leer en cacao. Precies zoals het hoort.
Snelle liefde uit de stad van de torens
Duurt alles lang in Toscane? Natuurlijk niet. Het geloof dat tijd voor kwaliteit zorgt, leeft hier wel sterk. Dat wachten vervelend is, weten ze ook. Ongeduld is net zo Italiaans als tomaat en mozzarella. Als je niet kunt wachten is er jonge rode wijn. Of nog beter: Vernaccia di San Gimignano. Witte wijn van de gelijknamige druif uit de heuvels rond torenstadje San Gimignano.
De frisse, jonge stijl Vernaccia van Panizzi komt vijf maanden na de oogst al op de markt. Geen jaren wachten, gewoon gelijk genieten. En hij past bij een verzameling aan smaken. Van gegrilde artisjokken tot spaghetti alle vongole.
Tijd voor wijn
Wachten is zeker niet makkelijk. Je wilt te snel, ongeduld neemt soms de overhand. Hoe vaak heb je bij het laatste glas uit de fles gedacht: verdorie, nu is hij pas écht lekker. Gulzig genieten hoort bij de wijnliefhebberij, uitstel en geduld zorgen vaak voor de mooiste momenten.
Een week na de vakantie met de Brunello-ervaring zat ik bij mijn eerste wijncursus. Ongeduldig probeerde ik wijn in acht avonden te snappen. Wat ik in de 25 jaar daarna leerde was dat wijn met je meegroeit. Je ontdekt nieuwe wijnen, je smaak verandert, ontwikkelt. En elke fase heeft zijn charme en favoriete wijnen.
Tijd en geduld maken wijn soms nog mooier, tegelijkertijd moeten we ook genieten in het nu. Net als bij een goede Brunello, gaat het uiteindelijk allemaal om de juiste balans.
Proost!